“Wijkagent kan slechts de helft van zijn tijd in de wijk doorbrengen”

Deel dit artikel
Tekst: (Bron) Oogtv.nl

Groningen – Een wijkagent kan slechts vijftig procent van zijn tijd in de wijk doorbrengen, terwijl dit tachtig procent zou moeten zijn. Dat zegt Martin Sitalsing, politiechef van de Regionale Politie Eenheid Noord-Nederland. Dat meldt OogTv.nl

Sitalsing was te gast in het NPO Radio 1-programma Het Misdaadbureau (WNL). Het radioprogramma stelt dat mensen hun wijkagent niet kennen, en slechts sporadisch een politiewagen door hun straat zien rijden. “Op papier zou een wijkagent 80 procent van zijn tijd in de wijk door moeten brengen. De overige 20 procent wordt ingevuld met bijvoorbeeld het draaien van diensten op de noodhulp. We zien echter dat dit streven maar in enkele gebieden wordt gehaald. Agenten worden steeds vaker weggetrokken om andere taken te vervullen: het aantal demonstraties is toegenomen, de voetbalinzetten vragen meer politiecapaciteit, maar ook het bewaken en beveiligen van mensen en objecten. Bij de politie is er een enorme last neergelegd. Dat merk je bij de wijkagent, maar ook bij de dienst opsporing. We moeten constant keuzes maken.”

“Gesprekken in vredestijd zijn belangrijk”
Sitalsing noemt de contacten in de wijk belangrijk: “Je drinkt een kopje koffie met een ondernemer, en je hebt een goed gesprek met jongeren. Het zijn gesprekken in vredestijd, zoals wij dat noemen. Als wijkagent voel je, en proef je, wat de sentimenten zijn. Wat speelt er? Wat zijn de zorgen? En waar kun je op acteren? En deze fijnmazigheid, daar komen we te weinig aan toe.”

“Burger moet te lang wachten”
In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen pleiten vrijwel alle partijen om meer te investeren in de politie. Diverse partijen willen dat de wijkagent weer terug de wijk in gaat. Maar ook dat wijkbureaus weer open gaan. In Nederland zijn er ongeveer 22.000 agenten. Ongeveer 1.300 uniformen hebben echter geen eigenaar. Dit wordt bijvoorbeeld gemerkt op de incidentafhandeling, waar men met een tekort van 10 procent te maken heeft. Sitalsing: “Ook op andere gebieden merk je het. Stel dat je auto wordt opengebroken, en je hebt hele duidelijke beelden gemaakt. Ook zo duidelijk dat er een persoon te herkennen is. Je doet aangifte. Vervolgens heb je de verwachting dat er op geacteerd wordt. Maar dat duurt vervolgens heel lang. En we zien nu dat dit te lang duurt in de ogen van de burger.”

“Als je vroegtijdig signaleert, kun je tijdig ingrijpen”
Het oplossen van het probleem is lastig. De arbeidsmarkt staat onder druk. “Maar je zult ook moeten kijken naar de voorkant: het moment dat een probleem ontstaat. Het is daarom heel belangrijk om niet alleen te kijken naar de politie, maar ook naar andere sectoren. Buurt- en jongerenwerkers bijvoorbeeld. Boa’s, de Belastingdienst, notarissen, de GGZ. Als je vroegtijdig signaleert, kun je tijdig ingrijpen.” De politiechef vertelt dat het belangrijk is om deze samenwerking te faciliteren, en dat het veel makkelijker moet worden om informatie uit te wisselen. Dit is nu vanwege regelgeving niet altijd mogelijk.

“Vanuit Den Haag mag het een tandje lager”
Daarnaast kan de politie niet altijd effectief werken door de bureaucratie. “Veel hangt vast aan procedures en protocollen. Dit is goed, maar in sommige gevallen zou het beter kunnen. Anderzijds. Het werkt ook niet bevorderend als de Tweede Kamer om elk wissewasje een Kamervraag gaat stellen. Vanuit Den Haag mag het een tandje lager. Uitleg geven aan een gemeenteraad, dat is prima.”

Foto's

Deel dit artikel