Groningen – Een 27-jarige man uit Groningen is woensdag veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor een poging tot moord op een 25-jarige man aan de Zonnelaan. Op 7 juni 2025 reed hij met zijn auto op het slachtoffer in, waarna hij hem met een mes in de keel stak.
De twee mannen hadden allebei een relatie gehad met dezelfde vrouw. Toen zij haar relatie met de verdachte beëindigde, ontstond er een conflict tussen de mannen. Bij een eerdere ruzie sloeg het slachtoffer de verdachte, die daardoor buiten bewustzijn raakte.
Na dit incident bedreigde de verdachte het slachtoffer herhaaldelijk met de dood. Zijn ex-vriendin en een vriend probeerden hem nog op andere gedachten te brengen, maar zonder resultaat.
De verdachte ging opnieuw op zoek naar het slachtoffer en reed met een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur op hem in. Vervolgens stak hij hem met een mes in de keel. De vader van het slachtoffer wist in te grijpen, waarna de verdachte op de vlucht sloeg. Een dag later meldde hij zich bij een politiebureau in Rotterdam.
Het slachtoffer overleefde de aanval, maar liep ernstig letsel op. Een van zijn onderbenen moest worden geamputeerd en hij houdt blijvende beperkingen over aan het geweld.
Rechtbank ziet voldoende bewijs voor vooropgezet plan
Het Openbaar Ministerie eiste vorige maand twaalf jaar cel tegen de Groninger. Volgens de officier van justitie had de verdachte vooraf het besluit genomen om het slachtoffer om het leven te brengen. Hij had daarover berichten verstuurd en probeerde via Snapchat een vuurwapen te regelen.
De verdachte verklaarde dat hij juist bang was voor het slachtoffer, omdat die hem eerder met een vuurwapen zou hebben geslagen. Ook zijn advocaat betwistte dat er sprake was van een vooraf geplande moordpoging.
De rechtbank gaat niet mee in die lezing en acht bewezen dat de man van plan was het slachtoffer te doden. Volgens de rechter blijkt uit de bedreigingen en de gebeurtenissen dat hij al vóór de eerdere mishandeling met het slachtoffer kwaad in de zin had. Bovendien zette hij zijn plan door, ondanks waarschuwingen van mensen uit zijn omgeving. Ook waren er verschillende momenten waarop hij nog van zijn daad had kunnen afzien.
Verder ziet de rechtbank geen bewijs dat het slachtoffer een vuurwapen bij zich had of daarmee heeft gedreigd. Het beroep op zelfverdediging wordt daarom verworpen.
Hogere straf dan het OM had geëist
De rechtbank vindt een gevangenisstraf van twaalf jaar onvoldoende, gezien de ernst van de aanval en de ingrijpende, blijvende gevolgen voor het slachtoffer. Daarom is de straf vastgesteld op vijftien jaar cel.
De verdachte werkte bovendien slechts gedeeltelijk mee aan het psychologisch onderzoek. Daardoor was het lastig om vast te stellen in hoeverre hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn handelen en hoe groot de kans op herhaling is.
Volgens de rechtbank is er daarnaast onvoldoende bewijs dat de bestuurder van de vluchtauto bij de aanval betrokken was. De poging tot moord wordt daarom uitsluitend aan de 27-jarige Groninger toegerekend.
Naast de gevangenisstraf moet de verdachte ook schadevergoedingen betalen. Het slachtoffer ontvangt 20.300 euro. Zijn vader krijgt 35.000 euro vanwege de psychische schade die hij opliep doordat hij de aanval zag en ingreep. Ook de moeder van het slachtoffer heeft recht op een vergoeding van 25.000 euro.
















































